Dossier: fair & ethical fashion

22 september 2026In Artikels, Fashion & textiel

Fair & ethical fashion: kleding met aandacht voor impact

De laatste jaren zijn fair fashion en eerlijke mode duidelijk in opmars. Steeds meer consumenten kiezen ervoor om afstand te nemen van fast fashion, massaproductie en wegwerpmode en geven de voorkeur aan eerlijke, bewuste en ecologische kledingkeuzes.

Thema’s

Fair & ethical fashion: kleding met aandacht voor impact 1

Nood aan een andere modesector: waarom?. 2

Hoe zijn de mensenrechten in gevaar?. 2

Welke schade aan het milieu veroorzaakt de modesector?. 3

De gevolgen van fast fashion in cijfers. 3

Ethical fashion: wat betekent dat?. 4

  1. Slow fashion. 5
  2. Fairtrademode. 8
  3. Ecologische en circulaire mode: recycleren en upcycling. 8
  4. Lokaal geproduceerd. 10
  5. Trendy tweedehands. 11
  6. Lenen en huren. 12

Wat kan je zelf doen?. 13

EU-wetgeving. 13

Duurzaamheidsclaims bij grote merken. 14

Wat is greenwashing?. 14

Bangladesh Accord on Fire and Building Safety geeft het goede voorbeeld. 14

Kritische stemmen over Primark & Shein. 15

H&M voor de rechter voor greenwashing. 16

Nieuwe barometer ‘Belgen en fair trade’ 16

Ethische mode op het werk, op school, tijdens het sporten ….. 17

Kleren. 17

Schoenen. 17

Zij zijn al goed bezig. 18

Hoe herken je fair fashion tijdens het shoppen?. 18

Waar koop je fair fashion?. 19

Waar beleef je fair fashion tijdens de Week van de Fair Trade?. 19

 

Nood aan een andere modesector: waarom?

In het kort: de conventionele modesector, of fast fashion, schaadt het milieu en de mensen die de kleren produceren.

Wereldwijd worden nog steeds mensen uitgebuit, mensenrechten geschonden en het milieu beschadigd. Wat is er mis? De Schone Kleren Campagne (SKC) haalt vijf problemen aan waarmee de globale kledingindustrie te maken heeft.

  1. Geen ‘leefbaar loon’
  2. Te weinig transparantie
  3. Gevaarlijke werkplekken
  4. Problemen rond vakbondsvrijheid
  5. Genderdiscriminatie

Hiernaast worden nog steeds mensenrechten geschonden en schade aan het milieu veroorzaakt. Deze problematieken moeten samen worden aangepakt want beide worden door hetzelfde veroorzaakt: winst boven mensen en planeet stellen. Er is de vraag hoe de kledingindustrie concreet kan omgaan met mensenrechten en milieu due diligence (HREDD). Hier heeft Fair Wear een plan voor opgesteld voor in 2026.

Hoe zijn de mensenrechten in gevaar?

Volgens grondig onderzoek van Amnesty International worden mensenrechten dagelijks geschonden in bijna alle kledingfabrieken van de onderzochte landen (Bangladesh, India, Pakistan en Sri Lanka). Landen leggen wettelijke beperkingen op die voorkomen dat arbeiders recht hebben op pensioen, zich kunnen verenigen of hun mening kunnen uiten. Ook worden arbeiders, grotendeels vrouwen, onderbetaald.

Deze vaststelling onderstreept hoe nauw de vijf door achACT gesignaleerde problematieken met elkaar verweven zijn: de vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen vormen dan ook de onmisbare basis voor een duurzame verbetering van de arbeidsomstandigheden.

Structurele mensenrechtenschendingen in de kledingsector zijn bijna de normale gang van zaken voor de meerderheid van de arbeiders; geen leefbaar loon, onveilige werkplek, giftige stoffen, extreem lange werkdagen, verbod op vakbonden, etc.

Arbeiders verdienen dus vaak geen leefbaar inkomen, terwijl dit een mensenrecht is. Ze verdienen te weinig om met hun gezin van te leven. De Fashion Transparancy Index van 2023 toonde aan dat 99% van alle grote kledingmerken niet kon aantonen of alle arbeiders in hun handelsketen een leefbaar loon verdiende. Volgens Fashion Checker betalen 94,6% van de onderzochte merken hun kledingarbeiders geen leefbaar loon uit. Op hun website kan je een tool vinden om per merk te bekijken of deze hun kledingarbeiders een leefbaar loon uitbetalen.

Welke schade aan het milieu veroorzaakt de modesector?

Volgens het Europees Parlement is het gemiddelde textielverbruik per persoon in de EU gestegen van 17 kg (2019) tot 19 kg (2022), dat terwijl er jaarlijks ongeveer 12 kg kleding per persoon wordt weggegooid. In 2022 vereiste het gemiddelde textielverbruik per persoon in de EU:

  • 12 m³ water
  • 323 m² land
  • 523 kg grondstoffen

In 2022 veroorzaakt dit 355 kg CO2-uitstoot per persoon in de EU. Hiernaast wordt er ook schade aan het milieu veroorzaakt, dit door watervervuiling, uitstoot van broeikasgassen en productie van enorm veel afval. Hieronder kan je concrete cijfers vinden voor dit afvalgebruik.

De gevolgen van fast fashion in cijfers

Waterverbruik en -vervuiling

  • Om katoen voor 1 T-shirt te produceren is 2700 liter water nodig, dat is het drinkwater voor 1 persoon voor 2,5 jaar. (Europees Parlement)
  • Bij de productie van 1 jeansbroek is er 7.000 tot 10.000 liter water nodig. (COSH!)
  • 20% van de vervuiling van schoon water wordt veroorzaakt door de verf in de kledingindustrie.  (Europees Parlement)
  • Bij het wassen van kleding komen microplastics vrij, bij het wassen van synthetische stoffen alleen komen jaarlijks meer dan een half miljoen ton microplastics op de bodem van de oceaan terecht. Hiermee wordt niet enkel het water vervuild, maar wordt ook de gezondheid van de lokale bevolking, de dieren en de lokale ecosystemen aangetast. (Europees Parlement)

Uitstoot broeikasgassen

  • De aankoop van textiel in de EU in 2022 veroorzaakte 355 kg CO2-uitstoot per persoon, zo draagt de productie en consumptie van textiel bij aan de klimaatcrisis. (Europees Parlement)
  • 60% van de kledij wordt in ontwikkelingslanden geproduceerd, het transport van onze kledij zorgt zo voor een groot deel van de uitstoot (Gent Fair Trade). Gemiddeld reist een kledingstuk 1.900 kilometer voor het in de handen komt van de consument (Close The Loop).

Arbeiders

  • In Bangladesh is het minimumloon 28 euro per maand, dit is vaak drie tot vier keer te weinig dan wat nodig is om waardig te leven. (Close The Loop)
  • 1/6de van de wereldbevolking werkt in de kledingindustrie, vooral in ontwikkelingslanden. (Close The Loop)
  • 70% van de geproduceerde synthetische kleurstoffen voor textiel is azoverf. Dit verftype kan het risico op kanker verhogen en huid- en oogirritatie veroorzaken, zowel bij de mensen die de kleding produceren als bij de consument. (COSH!)
  • Een kleine helft van de in 2022 door Fashion Revolution onderzochte merken is open over wie hun rechtstreekse leveranciers zijn. Met wie die op hun beurt samenwerken, blijft meestal onduidelijk. (Fashion Revolution)

Afval

  • Tussen 4% en 9% van alle textielproducten dat op de Europese markt verschijnen, worden vernietigd zonder ooit gebruikt te zijn. (Europees Parlement)
  • Slechts 1% van gebruikte kleding wordt gerecycleerd tot nieuwe kleding, 87% komt in de verbrandingsoven terecht of gaat naar stortplaatsen, de rest wordt naar landen buiten de EU gevoerd. (Europees Parlement)
  • 15 tot 20% van het textiel gaat al verloren bij het versnijden van de stof. (COSH!)

Ethical fashion: wat betekent dat?

Steeds meer consumenten gaan op zoek naar verantwoorde kleren. Daarbij kijken ze naar de productie van hun kleding én naar hun eigen manier van consumeren.

Ook de modesector speelt een rol in de algemene transitie naar duurzaamheid; minder verspillen, kiezen voor duurzame en hernieuwbare grondstoffen, hergebruik van materialen … De sector evolueert voortdurend, hierdoor interageren fair trade en andere dynamieken, zoals tweedehands, upcycling, recycleren en hergebruiken. Tegelijkertijd duiken ook valkuilen op, hiervan is greenwashing het bekendste voorbeeld.

Binnen de fair fashion beweging speelt zich een hardnekkige paradox af: de Jevons-paradox. Hoewel investeringen in technologie en innovatie bedoeld zijn om het productieproces efficiënter te maken, zorgen deze verbeteringen niet vaak genoeg voor verminderd verbruik. In plaats van een daling van het aantal gebruikte grondstoffen, zorgt de toegenomen efficiëntie net voor een stijging van de totale consumptie. Voor de kledingsector zorgt de hogere productie-efficiëntie tot een hogere omloopsnelheid en zo is er paradoxaal een stijging van de totale consumptie in plaats van een daling.

Cruciaal is daarom dat het bewustzijn groeit over hoe de modesector in elkaar zit. Welke complexe keten zit achter een nieuw T-shirt? Hoeveel CO2 blaast die jeansbroek in de lucht? Waar eindigen de tonnen en tonnen kledingstukken die na de Black Friday nog overblijven? En wat met het transport van al die spullen, die om sneller te kunnen leveren steeds vaker per vliegtuig dan per schip naar hier komen?

Wie ethische mode wil consumeren, zonder zich een weg te banen door stapels onderzoek, kan ‘The Buyerarchy of needs’ in het achterhoofd houden. De Canadese illustrator Sarah Lazarovic bedacht die naar analogie met naar de ‘hierarchy of needs’ van psycholoog Abraham Maslow. Haar ‘Buyerarchy’ duikt wereldwijd op.

Het principe?

  • Gebruik eerst wat je hebt. Door een kledingstuk langer te dragen, haal je de ‘cost per wear’ naar beneden. Vaker hetzelfde dragen, neutraliseert zowel de kostprijs voor de consument als de impact op het milieu en de textielarbeiders.
  • Leen, deel, upcycle, ruil of repareer.
  • Koop tweedehands of maak het zelf.
  • Koop pas iets nieuws als al het andere geen optie is.

Het mag duidelijk zijn: ethische mode omvat een waaier aan luiken. We zetten de kern ervan hier op een rij.

1.    Slow fashion

Slow fashion vloeit voort uit het besef dat het systeem van ‘wegwerpmode’ niet langer houdbaar is. Het is een overkoepelend begrip dat voor kleding staat die eerlijk, groen, ecologisch, biologisch en duurzaam geproduceerd is. Kleren zijn het product van een onduidelijke handelsketen waar de arbeiders aan de bron te vaak als wegwerpwerknemers behandeld worden, en die de milieu-impact negeren. Eerlijke kleding herkennen is hierdoor niet makkelijk.

Naast belangenorganisaties en consumenten mengen de laatste jaren ook modeontwerpers, (kleine) retailers en textielbedrijven zich in dit debat. Ook voor hen is de ratrace niet langer houdbaar.

Race to the bottom

Nadat op 24 april 2013 in een industriële buitenwijk van Dhaka de zes verdiepingen van het Rana Plazacomplex instortten, werden tussen stapels kleren voor de Europese en Amerikaanse markt 1138 Bengaalse arbeiders dood aangetroffen. Maar veel meer dan een foute bouwconstructie legde de ramp de race to the bottom in de textielsector bloot. Met als triest hoogtepunt T-shirts van 2 euro bij prijsbrekers in de winkelstraten van onze steden.

De race to the bottom verwijst naar het fenomeen waarbij kledingbedrijven zoveel mogelijk proberen te besparen en bezuinigen om hun kleren zo goedkoop mogelijk aan te bieden, enkel om competitief en relevant te blijven. Prijs is hierbij belangrijker voor bedrijven dan de impact die de productie heeft op het milieu en op de mens. Dit alles zorgt voor overproductie en overconsumptie van kleding.

Vandaag is kledij een geglobaliseerd product, in elkaar gestikt waar de lonen het laagst zijn en een werkende vakbond geweerd wordt. De keten is uiterst complex met heel veel schakels, vaak ook in informele circuits, met niet-gereglementeerd thuiswerk of productie in illegale ateliers.

Terwijl de winsten van de kledingindustrie en de distributiesector in de miljarden loopt, verdienen de meeste textielarbeiders nauwelijks enkele euro’s per dag, waardoor ze gevangen zitten in een vicieuze cirkel van armoede. Een ‘normale’ werkdag van 10 à 12 uur wordt op piekmomenten niet zelden een marathon van 16 tot 18 uur. Gezondheidsklachten zijn legio.

Made in China is ongetwijfeld het bekendste label in onze kledij. Maar de economische groei heeft daar intussen gezorgd voor langzaam stijgende lonen, waardoor ook het grootste exportland van kleren ter wereld te maken krijgt met arbeid die naar andere landen verschuift. Maar de problemen in de kledingindustrie in China blijven bestaan, hoewel er regelgeving bestaat over werktijden en verloning, worden deze in de praktijk lang niet altijd nageleefd. Verder is er geen vrijheid voor vakbondsvorming in China, als werknemers zelf een vakbond oprichten riskeren ze om gearresteerd te worden. Maar aangezien stikken en naaien hoofdzakelijk uit repetitieve handenarbeid bestaat, gaat het herlokaliseren ervan vrij makkelijk. De goedkoopste en snelste handen kunnen vandaag Cambodjaans of Birmees zijn.

Maar het zou fout zijn om lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden louter als een Aziatisch probleem te beschouwen. Heel wat rapporten van de Clean Clothes Campaign hebben aangetoond hoe bedrijven Oost-Europa gebruiken als een achtertuin vol goedkope naaisters. Zo strijden ze bijvoorbeeld voor een norm voor een leefbaar loon voor Europese kledingarbeiders.

De kledingindustrie schuift de zwarte piet vaak door naar de overheid, die voor hogere wettelijke minimumlonen moet zorgen. Overheden aarzelen omdat ze hun concurrentiepositie niet in gevaar willen brengen. En de meeste arbeiders zwijgen omdat ze instant vervangbaar zijn. Een overzicht van de wettelijke bepalingen van de Europese Unie volgt later.

Slow fashion: tegenreactie met vele gezichten

De slow fashionbeweging ontstond als tegenreactie op het dominante model van fast fashion in onze klassieke winkelstraten en recenter de ultra fast fashion beweging van merken als Shein en Temu. De meerderheid van onze kleding wordt vandaag zo snel en goedkoop mogelijk gemaakt om ze aan een zo laag mogelijke prijs te verkopen. De ene collectie volgt in sneltempo de andere op. Naar de ecologische of sociale impact wordt nauwelijks gekeken.

Slow fashion heeft een heel ander vertrekpunt: het wil mode en plezier linken aan bewustzijn en verantwoordelijkheid. De term werd in het leven geroepen door Kate Fletcher, professor aan de University of Arts in Londen, activiste en auteur van meerdere boeken over duurzame kleding, design en materialen. Slow fashion is een erg ruim en allesomvattend begrip waarbij mens en milieu centraal staan in de lange keten van grondstof tot afgewerkt product. Traceerbaarheid is een kernelement: weten waar een kledingstuk vandaan komt is een eerste stap om overal in de complexe keten op zoek te kunnen gaan naar ethische en verantwoorde oplossingen.

Slow fashion staat voor verantwoord produceren. Daarom wordt in de eerste plaats gekeken naar materialen met een lage ecologische impact, zoals biokatoen, hennep, bamboe of gerecycleerde stoffen. Ook verderop in de keten zijn er veel stappen om bij stil te staan: verven zonder giftige stoffen, wassen zonder waterverspilling, printen met ecologische inkt, … Belangrijk is dat alle betrokkenen, van de katoenboer tot de naaister, op een gezonde en veilige manier kunnen werken en correct worden verloond.

Slow fashion staat echter ook voor bewust consumeren. Concepten als fair trade, tweedehands, swishing (kledingruil), delen, recycleren of herstellen hebben dus allemaal hun plaats binnen deze beweging. Slow fashionistas staan eerst stil bij hun kleerkast en vermijden onnodige aankopen. Er is een eenvoudig devies: ‘Buy less, choose well!’ Of om het met 4 R’en te zeggen: reduce, reuse, repair, resale.

Aan kwaliteitsvolle kleding waarin veel waardig werk is gekropen, hangt uiteraard een hoger prijskaartje. Maar als consument moet je de vraag stellen wat de ‘cost per wear’ is van een kledingstuk. De aankoopprijs ligt misschien hoger, maar het stuk zal langer meegaan en je zal het vaker dragen. Bereken je de kost per keer dat je iets draagt, dan zal je verbaasd zijn dat slow fashion niet noodzakelijk duurder is dan fast fashion.

2.    Fairtrademode

Niet elk textielmerk dat zich ‘fair’ of ‘eerlijk’ noemt, is ook fairtradegecertificeerd. Welke oplossingen bieden labels en certificeringen voor de vele uitdagingen in de fashion-sector?

In het kort is het zo dat een consument die een gecertificeerd fairtradeproduct koopt, erop kan vertrouwen dat de productie- en handelsketen voldoet aan een reeks sociale, economische en ecologische criteria. De focus ligt er op het mogelijk maken van duurzame ontwikkeling van de producenten en boeren aan de basis. Denk maar aan eisen over o.a. de minimumprijs of het minimumloon, de arbeidsomstandigheden en het bannen van kinderarbeid.

De manier waarop onafhankelijke certificeringsorganisaties dit controleren, verschilt. Voor textiel zijn Fairtrade en WFTO de belangrijkste:

  • Fairtrade International bepaalt specifieke criteria per type product. Zo heeft het informatie op haar website staan in verband met fairtrade textiel.
  • De WFTO (World Fair Trade Organisation) certificeert organisaties als geheel, en geen afzonderlijke producten. Een kledingstuk met WFTO-label komt dus van een bedrijf dat in alles wat het doet de fairtradeprincipes toepast.

Natuurlijk komt een volledig eerlijke keten er pas als alle betrokkenen hun steentje bijdragen. Daar zet Fairtrade bijvoorbeeld op in met het Fairtrade Textile Programme. Daarmee betrekt het modebedrijven, hun leveranciers en fabrieken bij het vergroten van het welzijn van de arbeiders aan het begin van de keten.

3.    Ecologische en circulaire mode: recycleren en upcycling

Fast fashion-merken combineren bijna altijd verschillende materialen in één kledingstuk. Dat maakt ze bijna onmogelijk te recycleren. Gevolg? Van nauwelijks 1 procent van de afgedankte kledij kan nieuwe kleding gemaakt worden. De rest van de ingezamelde kleren worden tot minderwaardige producten gerecycleerd of alsnog verbrand of gestort.

Ecologische shoppers gaan dan ook op zoek naar stukken uit één materiaal. En dan liefst een duurzame, natuurlijke stof, lees: zonder plastic. Polyester, acryl, lycra, nylon, spandex, polyester fleece, elasthaan en polyamide zijn allemaal afgeleiden van olie en veroorzaken schade aan het milieu. Addertje onder het gras: hoewel ‘gerecycleerd polyester’ duurzaam klinkt, brengt het minstens evenveel microplastics in de oceanen en de bodem.

Het lineaire economische model, waarbij producten aan het einde van hun levensduur weggegooid worden, gaat bij ethical fashion dus op de schop. Het maakt plaats voor circulaire mode: met respect voor de natuur en de mensen worden de levensduur van grondstoffen, materialen en producten zo veel mogelijk verlengd.

Hierin passen initiatieven als Fixing Fashion, een Nederlands initiatief dat consumenten aanleert om van oude kleren nieuwe, originele stuks te maken. Ook in België staan merken op die creatief zijn met textiel dat bijna de afvalberg op ging: Studio AMA werkt met stofresten van textielfabrieken, Upcycled by HAA maakt kinderkleren van lakens en jeans uit de kringloopwinkel en Joseffa maakt nachtkleding voor vrouwen uit oude T-shirts en textieloverschotten.

Vlaanderen Circulair en Flanders District of Creativity introduceerde de Close The Loop gids die je wegwijs maakt doorheen de principes voor een duurzame werkwijze voor kledingproductie en de kledingcyclus. Je vindt er informatie over allerhande thema’s zoals grondstoffen, ontwerpen, productie, verkoop, gebruik en het einde van de cyclus als nieuw begin en hoe je in elke fase zo circulair mogelijk kan zijn.

De Ellen MacArthur Foundation, dat strijd voor een circulaire economie, publiceerde een artikel dat het businessmodel van de kledingindustrie herbekijkt om het circulair te maken. Ze definiëren 4 concrete stappen die ondernomen moeten worden om deze sector circulair te maken. Als eerste moeten prestatie-indicatoren, klantenstimulansen en klantenervaringen worden herzien. Vervolgens moeten producten worden ontworpen die vaker en langer worden gebruikt. Hiernaast moeten gezamenlijk nieuwe toeleveringsnetwerken worden opgezet. Als laatste moet er een breder aanbod aan circulaire bedrijfsmodellen worden ontwikkeld, naast de bekende rental, resale, repair en remaking modellen.

Terwijl grote merken onderling de verantwoordelijkheid doorschuiven is het aan de kleine merken om te tonen hoe het echt gedaan kan worden. Rapanui is een uitstekend voorbeeld uit het Verenigd Koninkrijk waarbij klanten hun aangekochte kleren kunnen terugsturen naar het bedrijf als ze deze niet meer nodig hebben. Hiermee maakt het bedrijf dan nieuwe kleren en helpen ze hun steentje bijdragen aan een circulaire wereld. Ethical Clothing, een initiatief vanuit Barcelona, verzameld op haar website ethische kleding en accessoire-merken zodat je als klant een makkelijk overzicht hebt van waar je ethisch kan winkelen. Ethical Clothing is zich bewust van de uitdagingen waarmee beginnende merken te maken krijgen en raden aan om eerst te focussen op klanten bereiken en later pas uitbreiden, verder is transparantie voor hen van het grootste belang! Ze creëerde hiernaast ook een online tool waarmee je makkelijk je persoonlijke modevoetafdruk kan berekenen.

4.    Lokaal geproduceerd

Lokaal kopen is nog een andere manier om duurzamer te consumeren. En ook dat kan op verschillende manieren. Veel kledingmerken laten hun stukken in eigen land of minstens in Europa in elkaar stikken. Sommige werken met in Europa geteelde grondstoffen. Linnen is daarbij de koploper, maar ook hennep zit in een revival.

Linnen wordt gemaakt van vlas, een van de weinige textielvezels die nog op grote schaal in West-Europa worden geteeld. Zowel de teelt als de verwerking van vlas vragen weinig water- en energieverbruik, 5 tot 20 keer minder dan bij de productie van andere stof. Linnen is bovendien sterk, zacht voor de huid en biologisch afbreekbaar. Het Belgische kledingmerk Ida & Volta gebruikt Belgisch linnen van het West-Vlaamse Libeco in zijn kleren.

Hennep komt vandaag vooral uit China, dat goed is voor 70% van de wereldwijde productie. Maar wereldwijd, ook in Europa, wordt het gewas steeds vaker opnieuw geïntroduceerd. Een onderzoek van de HoGent toont dat het ook bij ons potentieel heeft. Het gewas vraagt nauwelijks pesticiden en heeft beduidend minder oppervlakte en water nodig dan katoen. En het groeit perfect in de heter wordende Belgische zomers. Hennep is verder een CO2 negatief materiaal, het slaat meer CO2 op dan dat het uitstoot.

Ook de Belgische verwerkende industrie (weverijen e.d.) heeft interesse, want de verwerking van hennep lijkt op die van vlas. Het is dus een interessante piste om in te pikken op de vraag van ontwerpers en consumenten naar lokaal duurzaam textiel.

De Nederlandse groothandel van ecologisch textiel Ecotex gelooft alvast in de heropleving van hennep. Het biedt een ruim assortiment in Europa geproduceerde stoffen van Europees hennep aan.

Ondanks de groeiende interesse voor lokale grondstoffen, zijn erop vandaag de dag nog veel meer merken die kiezen voor lokale productie met (duurzame) stoffen uit andere regio’s. Zo gaan Europese ateliers aan de slag voor bijvoorbeeld de Belgische brands HNST, Mr. Manchette, Wolvis, en Zokkn.

Het kleinschalige Nederlands streetwear-merk Ornament Hemp Co is fan van hennep en gebruikt geen andere stoffen. Voorlopig werkt het bedrijf, dat overigens lid is van de Fair Wear Foundation, nog met een Chinese leverancier van biologische stoffen.

5.    Trendy tweedehands

Thredup maakt jaarlijks een rapport dat de tweedehandsmarkt en doorverkoopsector in kaart brengt en dus de jaarlijkse trends analyseert die de stijgende groei van deze markt verklaren. In het rapport van 2025 wordt dieper ingegaan op de opkomst en stijgende populariteit van social commerce (waarbij Facebook Marketplace en Instagram de bekendste zijn) en de invloed van AI op de tweedehandsmarkt. Het rapport voorspelt dat de globale tweedehandsmarkt tegen 2029 367 miljard dollar zal bereiken, en zo 2.7 keer sneller zal groeien dan de gewone globale kledingmarkt.

Ook tweedehandsapps, waarvan Vinted de bekendste is, zijn sterk gegroeid in populariteit. Ook de Zalando app of 2dehands.be zijn populaire apps om tweedehandskleding te kopen of verkopen. Je kan hierop moeiteloos unieke stukken vinden voor lage prijzen, soms zelfs gratis, of in ruil voor een ander kledingstuk.

Naast apps kan je ook terecht in verschillende fysieke winkels voor tweedehandskledij. Hier heb je bijvoorbeeld de kringwinkel, spullenhulp, maar ook fast fashion retailers hebben tegenwoordig een hoekje in hun winkel waar ze tweedehands of pre-loved kleding aanbieden, hier heb je bijvoorbeeld Weekday of JBC.

Kleren ruilen, ten slotte, is nóg goedkoper dan tweedehands kopen. Het kost je alleen maar de kleren die je toch al niet meer draagt. En het is nog gezellig ook! Wie wil kennismaken met kledingruil, kan terecht bij de professionele kledingswappers van Clothing Loop of SwishingVlaanderen Circulair noemt ruilen zelfs het nieuwe shoppen.

Opvallend:

  • Vooral jongeren zorgen voor de groeiende populariteit van tweedehandskleren: 60% van de kopers is jonger dan 40. Zij lijken vooral de lage prijzen een pluspunt te vinden. Volgens Thredup zegt 48% van de jongere generaties dat ze eerst tweedehandskleding zoeken wanneer ze op zoek zijn naar nieuwe kleding.
  • De vijf belangrijkste redenen waarom mensen tweedehandskleding kopen zijn; om betere deals te scoren, de spanning van de jacht, om duurdere merken te kunnen betalen, het is beter voor het milieu en om unieke stukken te vinden.
  • Ook grote moderetailers experimenteren met tweedehands. Zo bieden Zeb, H&M, Zalando en Decathlon ondertussen ook de mogelijkheid om via hun kanalen gebruikte kledij te kopen en verkopen. Soms rijzen er vragen bij hun drijfveren, wanneer ze mensen die een gebruikt kledingstuk inleveren met een korting bon aanzetten om een nieuw fast fashion-stuk te kopen.

Tweedehands shoppen is duurzaam omdat je er een kledingstuk een tweede leven mee geeft. Zo vermindert sowieso de negatieve impact ervan. Maar ook hierbij hoort een kanttekening. Jasmien Wynants, expert sustainable fashion bij Flanders DC, zegt in Weekend Knack :“Als het een excuus is om gewoon iets te kopen, één keer te dragen, en door te verkopen, dan kan je vragen stellen bij de duurzaamheid in zijn totaliteit.” Kritisch blijven is dus de boodschap.

Op deze verschillende manieren belandt minder snel kledij op de afvalberg. Wist je dat 100 tweedehands kledingstukken de productie van 60 tot 85 nieuwe stuks voorkomen? Zo levert de aankoop van elk tweedehands kledingstuk een besparing op van gemiddeld 22 kg CO2, zelfs als je de uitstoot van het transport meerekent.

6.    Lenen en huren

Een outfit huren doe je vandaag niet meer alleen wanneer je op een verkleedfeestje als paashaas of clown wilt verschijnen. Ook dagelijkse kledij huren of ontlenen zit in de lift, al staat het in ons land nog in zijn kinderschoenen.

Uit ‘Modemonitor’, een onderzoek gepubliceerd in 2021 van Thomas Moore Hogeschool, blijkt dat momenteel maar één op de tien ondervraagden een abonnement bij een kledingbibliotheek overweegt. In Nederland zijn kledingbibliotheken en verhuurplatformen al beter ingeburgerd, maar het blijft afwachten of ons land volgt.

Nochtans is een kledingbibliotheek een interessante manier om vaker iets nieuws te kunnen dragen en tegelijk kledingstukken langer te gebruiken. De Belgische speler Dressr gelooft alvast rotsvast in het model en is het populairste platform in België om kleding bij te huren. Verder bestaan er nog enkele platformen Le Closet, RieRie om feestkledij te huren en Lena, hier kan je nog enkele opties vinden.

Wat kan je zelf doen?

Naast slow fashion, fairtrademode, circulaire mode, lokale producten kopen, tweedehands kleding kopen of kleding huren zijn er nog enkele andere voorbeelden tegen fast fashion.

Wat kan je zelf doen om in strijd te gaan tegen de overconsumptie van fast fashion en de daaruit volgende afvalberg. Hier zijn enkele suggesties opgesomd.

  • Goed nadenken voor je beslist iets te kopen.
  • Repareer beschadigde kleren in plaats van deze weg te gooien.
  • Ruil of verkoop de kleren die je niet meer draagt.
  • Stel gerichte vragen aan je favoriete merken. Laat hen stilstaan bij de stappen die ze nemen om hun ecologische voetafdruk te verminderen. Op de SKC kan je enkele vragenkaarten vinden om je op weg te helpen.
  • Als je toch kleding moet weggooien, overweeg dan om de kleding die nog in goede staat is te doneren en wat niet meer bruikbaar is te gebruiken als vodden of juist te sorteren.

EU-wetgeving

De Europese Unie heeft de voorbije jaren een heel pakket aan regels uitgewerkt om fast fashion en textielafval terug te dringen. In de EU‑strategie voor duurzame en circulaire textielproducten schetst de Europese Commissie een 2030‑visie waarin alle textiel op de EU‑markt duurzaam, herstelbaar en recyclebaar is, met zo veel mogelijk gerecycleerde vezels en minimale verbranding en minimale storting van kledingafval. Die strategie wordt concreet gemaakt via bijvoorbeeld de Ecodesign for Sustainable Products Regulation, die ontwerp­eisen zal opleggen rond duurzaamheid, repareerbaarheid en recycleerbaarheid, en via een verbod op het vernietigen van onverkochte kleding en schoenen, dat eerst voor grote ondernemingen ingaat in 2026 en in 2030 ingaat voor middelgrote bedrijven (Carbonfact).

Daarnaast verplicht de herziening van de Waste Framework Directive lidstaten om textiel apart in te zamelen en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in te voeren, zodat producenten moeten betalen voor het inzamelen, sorteren, hergebruiken en recyclage van hun textielproducten (Carbonfact).De EU wil ook de export van textielafval beperken en de sorteer‑ en recyclagecapaciteit in Europa. Tegelijk wordt aan de consumentenkant gewerkt: met de richtlijn over groene claims en de richtlijn “Empowering Consumers for the Green Transition” moeten milieuclaims voortaan onderbouwd, controleerbaar en niet‑misleidend zijn, om greenwashing in o.a. de modesector tegen te gaan.

De kern is dat fast fashion “uit de mode” moet raken: minder overconsumptie, meer kwaliteit, hergebruik en reparatie, en een industrie die verantwoordelijkheid neemt voor de volledige levenscyclus van haar producten.

Duurzaamheidsclaims bij grote merken

Grote kledingketens en bekende merken springen steeds vaker en uitgebreider op de ethical fashion-kar. Maar vaak gaat het om holle claims die ze niet hard kunnen maken. Greenwashing en social washing loeren ook in de fashionwereld om de hoek.

Wat is greenwashing?

We spreken van greenwashing of social washing wanneer een bedrijf respectievelijk een ecologisch of sociaal verantwoord imago ophangt, terwijl het in werkelijkheid onvoldoende actie onderneemt op die vlakken. Hét achterliggende doel blijft: verkopen. Een organisatie doet zich dus groener voor dan ze werkelijk is bij greenwashing.

Consumenten shoppen vanuit hun waarden. Ze kopen merken die net als zijzelf belang hechten aan het milieu, eerlijke prijzen, gendergelijkheid, anti-racisme, … Merken die aan greenwashing, social washing of zelfs ‘woke-washing’ doen, spelen daarop in met hun communicatie, maar lang niet altijd met hun bedrijfspolitiek. Vaak investeert zo’n bedrijf meer tijd en middelen in de marketing over zijn duurzame initiatieven dan in die initiatieven zelf. Of gaat het om één concreet ethisch project waarvan de groene schijn afstraalt op het volledige merk en zijn onduurzame aspecten verbloemt.

Bangladesh Accord on Fire and Building Safety geeft het goede voorbeeld

In augustus 2021 ondertekenden ruim 200 toonaangevende kledingmerken het hernieuwde Bangladesh-akkoord, nu het International Accord genoemd. Zij kunnen op basis van dit akkoord vervolgd worden als zij, of hun toeleveranciers, de veiligheid voor werknemers niet garanderen.

In 2022 sprak de directrice van het Bangladesh Center for Worker Solidarity, Kalpona Akter, hierover het Belgische federale parlement toe. Zij wees onze politici op de kracht van transparantie over de hele toeleveringsketen en verantwoordingsplicht voor bedrijven. Ook hamerde ze op de noodzaak aan afdwingbare wetgeving.

De ondertekenaars van het Bangladesh-akkoord namen zich alvast voor om de afspraken uit te breiden naar andere landen. In 2022 is het akkoord dan ook uitgebreid naar Pakistan, landen die nog met hoge prioriteit op de lijst staan, maar zonder ondertekend akkoord, zijn: India, Marokko en Sri Lanka. Op de website van het International Accord kan je al de laatste updates van het internationaal akkoord voor gezondheid en veiligheid in de textiel- en kledingindustrie vinden.

In 2022 reageerde het kritische COSH! al op dit akkoord. Ze hoopte dat die uitbreiding er snel komt en wijst consumenten erop dat bedrijven die zich engageren in Bangladesh niet per se hun verantwoordelijkheid nemen in andere landen. “Volgens onze mening mogen merken niet over dit initiatief communiceren wanneer ze doorgaan met negatief handelen in andere landen. Dat zou consumenten misleiden,” klinkt het.

Kritische stemmen over Primark & Shein

Toen prijsvechter Primark in 2021 breed aankondigde dat het voortaan inzet op duurzaamheid, klonken meteen kritische stemmen. Waarom? Om duurzamer te worden, gebruikt Primark bijvoorbeeld minder water en pesticiden bij zijn katoenproductie. Maar echt duurzaam worden de kleren daarmee nog lang niet, het Primark-katoen blijft mijlenver verwijderd van de standaarden voor biokatoen. En zo vallen er veel kanttekeningen te maken bij het engagement van de keten.

Ondanks Primarks boodschap dat het duurzaamheid toegankelijk wil maken voor iedereen, vinden critici dat het vooral inspeelt op de groene marketingtrend (greenwashing). Dat Primark net voor de lancering van deze campagne – veel later dan de andere ondertekenaars – het Bangladesh-akkoord ondertekende, is wellicht ook geen toeval.

Primark is recent op de vingers getikt in verband met valse duurzaamheidsclaims op posters in winkels. De Nederlandse Reclame Code Commissie oordeelde dat de claims misleidend waren of de nuanceringen niet duidelijk genoeg zichtbaar waren voor de consumenten. Ook andere bedrijven, H&M en Decathlon, zijn al door de RCC in Nederland schuldig bevonden aan misleidende duurzaamheidsclaims op hun producten of in de winkel.

Na de coronacrisis hebben online ultra-fast fashion bedrijven, zoals Shein en Temu, enorme groei gekend. Shein was tot voor kort enkel een online retail platform, in 2026 hebben ze een eerste winkel in Parijs geopend. Op hun website bieden ze duizenden nieuwe kledingstukken per dag aan tegen zeer lage prijzen. Deze enorme hoeveelheid kleren wordt geproduceerd met goedkope materialen, in slechte werkomstandigheden en aan de hand van een ultra fast fashion model. Op de website van Shein lijkt het alsof de materiaalkeuzes van Shein bewuste en duurzame keuzes zijn, maar dat blijkt dus niet te zijn.

H&M voor de rechter voor greenwashing

Ook H&M krijgt al jaren kritiek op zijn Concious-lijn. In Nederland besmeurden activisten van Extinction Rebellion in 2020 een filiaal om die reden.

Recent werd de keten hiervoor zelfs voor de rechter gedaagd. In juli 2022 legde de Amerikaanse Chelsea Commodore een officiële klacht neer wegens greenwashing. “Het doel van H&M’s marketing is producten te verkopen die het groeiende segment milieubewuste consumenten aanspreken, maar H&M doet dit op een misleidende en bedrieglijke manier,” luidt het. H&M zou op zijn website onder andere foutieve cijfers over de duurzaamheid van de kleding in de Concious-lijn hebben gepubliceerd, maar verwijderde die na de aanklacht.

H&M lanceerde ook een campagne ‘Let’s close the loop’ waarbij consumenten kledingstukken konden binnenbrengen die dan zou worden gerecycleerd. De grootste campagne ooit van haar soort wereldwijd, communiceerde H&M heel optimistisch. De bevindingen van een onderzoek van een Zweedse krant onderzoek waren teleurstellend stelt COSH!. Er werden GPS-zenders in een aantal binnengebrachte kledingstukken gestoken en deze werden verspreid over de ganse wereld, en dus niet allemaal gerecycleerd zoals H&M beweerde. H&M’s inzamelinitiatief is dus een marketingtruc en draagt niet bij tot de vermindering van de textielafvalproblematiek.

Nieuwe barometer ‘Belgen en fair trade’

Het Trade for Development Centre van Enabel publiceert in 2026 de meest recente versie van zijn tweejaarlijkse barometer over eerlijke handel. Het rapport is gebaseerd op een grondige enquête en geeft inzicht in de bekendheid van eerlijke handel in België, evenals in de houding en het gedrag van de Belgen ten aanzien daarvan.

Wat leert het rapport ons over kleding en textiel?

Voor de Belgen blijft de prijs ook in 2026 het belangrijkste criterium bij de aankoop van kleding. Zo noemt 48% van de respondenten de prijs als het belangrijkste aspect.

Naast de prijs houden consumenten ook rekening met de levensduur van een product (32%) en met de naleving van de mensenrechten tijdens de productie ervan (21%).

Aansluitend daarbij blijkt uit de recentste Opiniepeiling Verantwoorde Consumptie van Enabel (2021) dat ruim acht op de tien burgers voorstander zijn van wetgeving die bedrijven verplicht maatregelen te nemen die de schending van de mensenrechten en milieuschade moet voorkomen (zorgplicht of due diligence).

Een lichtpuntje op dit vlak is de bindende overeenkomst die toonaangevende internationale kledingmerken een jaar geleden tekenden over de bescherming van textielarbeiders in Bangladesh.

Ethische mode op het werk, op school, tijdens het sporten …

Het aanbod ethische kleren, schoenen en mode-accessoires groeit elke dag. Bovendien wijkt het steeds verder af van het geitenwollensokkenstigma dat lang aan duurzame kledij kleefde. Een greep uit het enorme aanbod.

Kleren

Naast alle mogelijke stijlen voor elke dag, vind je ook ethische varianten te over voor feestkledij, kinderkledij, zwangerschapskledij, sportkledij, lingerie, werkkledij, promotionele kledij …

Enkele voorbeelden van Belgische merken:

  • Sportkledij: Recto Verso, MOOV360
  • Promotionele kleren: ACP, Stanley/Stella
  • Lingerie en ondergoed: Ophelia, La Fille D’O, Maï & Kaï
  • Kinderkledij: Froy & Dind, Mundo Melocotón
  • Accessoires: Wolvis, Solid, Be the fibre

Schoenen

De markt van duurzame (ecologische en/of eerlijke) schoenen groeit jaar na jaar. Zeker voor sneakers vind je steeds meer verantwoorde alternatieven.

Zij zijn al goed bezig

Ook bedrijven, overheden en organisaties kunnen een belangrijke bijdrage leveren door de kaart van eerlijke kledij te trekken.

In de 251 Belgische FairTradeGemeentes wijzen vrijwilligers de jeugdverenigingen, sportclubs, scholen en lokale besturen op de mogelijkheid om fairtradegecertificeerde uniformen, sport- en werkkledij te kiezen.

Deze gemeentebesturen geven al het goede voorbeeld:

  • Gent: stelde samen met VVSG een toolbox op voor sociaal verantwoorde werkkledij. Die vormt een leidraad voor de eigen aankopen, maar ook voor andere steden en gemeenten die werk willen maken van een duurzaam aankoopbeleid.
  • Leuven: speciaalzaken voor duurzame of Fair trade voeding en kleren in de stad
  • Sint-Niklaas: fairtrade-t-shirts voor het stadspersoneel.
  • Brugge: eerlijke uniformen voor de schoonmaakploeg, de arbeiders en het museumpersoneel.

Hoe herken je fair fashion tijdens het shoppen?

De meeste algemene fairtradecertificeringen hebben ook standaarden voor textiel. Daarnaast zijn er labels die zich specifiek op textiel richten. Labelinfo en Keurmerkenwijzer geven een overzicht van de labels en certificeringen die aangeven dat een product ethisch is. En ook Flanders DC bundelt de relevante certificeringssystemen. Alle labels leggen hun eigen klemtonen en hebben dus hun pro’s en contra’s.

Achterhalen of een kledingstuk in koosjere omstandigheden gemaakt is, ligt minder voor de hand dan bij bijvoorbeeld een reep chocolade. Niet alle fabrikanten verwijzen op hun kledingetiketten naar de certificeringen die ze hebben. Soms is ook maar een deel van hun productieketen gecertificeerd. De websites van de merken bieden vaak soelaas: een merk dat het echt meent met eerlijke productie, praat hierover op z’n site.

Wie geen zin of tijd heeft om zelf het doen en laten van de merken uit te pluizen, kan zich laten inspireren door kenners:

  • COSH! is een webplatform dat consumenten helpt om offline hun weg te vinden naar duurzame kledij in hun persoonlijke smaak.
  • B.Right begeleidt mensen om hun eigen duurzame kledingstijl te vinden. Eerst in hun eigen kleerkast, dan pas door te shoppen.
  • Good on you screent merken over de hele wereld op hun duurzaamheid.
  • Fairtrade Belgium lijst door Fairtrade gecertificeerde Belgische textielmerken op.

Waar koop je fair fashion?

  • Brussel: Visit Brussels zette ethische shoppingadressen op een rijtje.
  • Mechelen: vind op de website van COSH! een lijst met duurzame winkels
  • Gent: Gent Fair Trade, een samenwerking tussen Stad Gent en de Gentse Oxfam-Wereldwinkels, stippelde kant-en-klare Fair Trade Walks uit. Het heeft ook een app om je eigen route te plannen.
  • Brugge: Stad Brugge en COSH! ontwikkelden samen een shoppingkaart met ethische en tweedehandswinkels. Ook hier kan je nog adresjes in Brugge vinden.
  • Leuven: FairTradeGemeente Leuven stelde een lijst op van winkels waar je duurzame kleren vindt.
  • Antwerpen: ook hier kan je duurzaam winkelen. Stad Antwerpen heeft zelf ook een lijst met winkels waar je duurzame mode kan shoppen.
  • Hasselt: raadpleeg het deze website om in deze stad duurzaam te winkelen.

In veel andere gemeenten heeft de Oxfam-Wereldwinkel een aanbod faire kledij en vooral accessoires (lederwaren, juwelen, sjaals).

 

Waar beleef je fair fashion tijdens de Week van de Fair Trade?

  • Mijn Kast Telt is een educatief project dat Vlaamse jongeren met een Digital Wardrobe app een digitale spiegel voorhoudt om hen te laten stilstaan bij hun kledingconsumptie.  13 Vlaamse scholen doen eraan mee tijdens de Week van de Fair Trade
  • Het Refashion Reculture Festival op 10 oktober in Antwerpen wil aantonen dat fair fashion niet enkel een ethische keuze is, maar ook een cultureel en creatief rijk domein, met workshops rond upcycling, circulaire mode en herstel en met expo’s.
  • Cleantechpunt brengt een aantal experten samen in het hoofdkantoor van JBC op 15 oktober om zich over de vraag te buigen hoe kledingkeuzes een bewust impact kunnen hebben op mens en milieu
  • Op 7 oktober geeft Sarah Vandoorne een lezing kleerkastvasten, de textiellketen ontrafeld. Als freelancejournaliste is ze gespecialiseerd in een eerlijkere textielindustrie en bracht ze in 2023 haar eeste boek ‘Kleerkastvasten’ uit. De lezing gaat gepaard met een mini-expo van Sarah Van Looy. De lezing is gratis! Lezing Kleerkastvasten – Sarah Vandoorne – Week van de Fair Trade